Een sinterklaasgedicht schrijven (en wat je doet als het niet lukt)
Je hebt een lootje getrokken, de surprise is bijna af, en dan is er nog dat gedicht. Dat is vaak het lastigste stuk. Hoe begin je, en hoe zorg je dat het rijmt zonder dat het geforceerd klinkt? Met een paar eenvoudige stappen kom je een heel eind. Je hoeft geen dichter te zijn: een sinterklaasgedicht mag best een beetje stuntelig zijn, als het maar over de goede persoon gaat.

Begin niet met rijmen, maar met verzamelen
Het is verleidelijk om meteen te gaan rijmen, maar dan heb je na twee regels niets meer te zeggen. Pak eerst een papiertje en schrijf in gewone zinnen op wat je over je lootje weet. Pas als je genoeg materiaal hebt, maak je er rijm van. Deze vragen helpen:
- Wat doet hij of zij graag, en hoe gaat dat precies?
- Wat zegt hij of zij vaak?
- Welke gewoonte kent iedereen, maar zegt niemand hardop?
- Wat is er onlangs gebeurd: een verhuizing, een nieuwe hobby, een vakantie die anders liep dan gepland?
- Wat heeft de surprise met hem of haar te maken?
Kies daaruit twee of drie dingen. Meer hoeft niet: een kort gedicht dat raak is, werkt beter dan een lang gedicht dat alles probeert te noemen.
Houd de vorm simpel
Het klassieke sinterklaasgedicht rijmt in paren: de eerste regel rijmt op de tweede, de derde op de vierde. Dat schrijft het makkelijkst en leest het makkelijkst voor. Een voorbeeld, voor een verzonnen Henk die altijd zijn sleutels kwijt is: 'Sinterklaas zat in zijn stoel / en had voor Henk maar één doel: / een sleutelhanger met een bel, / dan vindt hij zijn sleutels snel.'
De surprise (een sleutelhanger) en de plagerij (altijd zijn sleutels kwijt) zitten er allebei in, in vier regels. Een gedicht van acht tot zestien regels is meestal genoeg. Sluit af zoals het hoort, met 'Sint en Piet' eronder.
Zo vind je een rijm
- Zet het woord waarop je wilt rijmen aan het eind van de regel, en zoek daarna pas de volgende regel.
- Lukt het niet? Draai de zin om, zodat er een ander woord achteraan komt. 'Hij is zijn sleutels altijd kwijt' wordt 'zijn sleutels zijn altijd zoek', en op 'zoek' rijmen boek, hoek en koek.
- Rijm op klank, niet op spelling: 'bel' en 'snel' rijmen, net als 'Henk' en 'denk'.
- Rijm een woord niet op zichzelf, zoals 'kan' op 'kan'. Dat voelt als valsspelen.
- Een rijmwoordenboek op internet kan helpen, maar kies een woord dat je zelf ook zou gebruiken. Een gedicht vol moeilijke woorden klinkt al snel als een rijmmachine.
Plaag lief, en lees het hardop
Een beetje plagen hoort erbij, maar het gedicht wordt voorgelezen waar iedereen bij is. Houd het bij gewoontes en grappige momenten, en laat dingen als gewicht, uiterlijk, geld of gevoelige familiezaken weg. Een goede toets: zou je lootje zelf ook lachen als de hele kamer meeluistert?
Lees het gedicht daarna hardop voor, het liefst aan iemand anders. Waar je struikelt, loopt het ritme niet. Haal dan een woord weg, of zoek een korter woord. Tel eventueel de klemtonen per regel: als die ongeveer gelijk zijn, leest het vanzelf lekker.
En als het echt niet lukt?
Soms komt er gewoon niets. Geen ramp, er zijn een paar uitwegen:
- Maak het korter. Vier goede regels zijn ook een gedicht.
- Vraag een huisgenoot om mee te denken. Iemand anders hoort vaak meteen een rijm dat jij over het hoofd ziet.
- Schrijf een brief van de Sint, zonder rijm. Ook dat is persoonlijk, als het maar over je lootje gaat.
- Laat er een lied van maken.
Dat laatste kan bij Vanelle. Je vertelt drie dingen over je lootje en wat er niet mag ontbreken, en je leest meteen het eerste couplet en het refrein. Twee liedjes kosten € 29,95 en staan binnen 1 uur in je mail. Speel het af als de surprise opengaat. Spreken jullie af dat iedereen zelf dicht? Dan is een lied een leuk extraatje naast je eigen rijm, geen vervanging.


